Julianaoord

Julianaoord is opgericht door de Stichting BeGeTu (Been- en Gewrichtstuberculose). Deze stichting, opgericht op 22 april 1927, had als doel het oprichten en exploiteren van sanatoria door het gehele land.

De ingebruikname van het sanatorium aan de Leemzoolseweg (thans de Leemzeulder) vindt al op 14 juni 1930 plaats , terwijl de officiële opening door HKH Prinses Juliana nog vijf jaar op zich laat wachten. Het aantal patiënten met been- en gewrichtstuberculose is zó groot dat men de sanatoria niet snel genoeg kan bouwen. Al in 1936 wordt een 3e paviljoen in gebruik genomen. De kosten voor de bouw van dit paviljoen bedragen 200.000 gulden en is door giften bijeengebracht. In het nieuwe paviljoen zullen vrouwelijke patiënten verpleegd worden en bestaat uit 3 zalen met in elke zaal ruimte voor 8 zieken. Julianaoord telt in 1936 reeds 67 patiënten. Het consultatiebureau, verbonden aan het sanatorium, wordt bezocht door wel 101 patiënten dat jaar.

De behandeling van tbc ondergaat af en toe ook veranderingen. Zo wordt in 1936 aan de conservatieve behandeling bij bepaalde gevallen ook een chirurgische behandeling toegevoegd. Met name in die gevallen waar de gewenste resultaten uitblijven. Het gaat hier om operaties waarbij spalken ingebracht worden ter versteviging van bijvoorbeeld de ruggengraat.

Dankzij een gulle gift van een complete tandheelkundige installatie aan het sanatorium, wordt het mogelijk voor de patiënten om ter plekke ook hun tanden verzorgd te krijgen.

In 1938 is dr. C.P.H. Teenstra nog steeds slecht ‘waarnemend’ geneesheer-directeur en men vraagt zich alom af, wanneer hij officieel benoemd zal worden (in 1939). Het sanatorium is weer uitgebreid en daardoor 4 paviljoenen groot en de bezetting is gestegen gemiddeld van 74 patiënten naar 84,2 op jaarbasis. In het 4e paviljoen wordt de operatie-afdeling ondergebracht en kunnen in de zalen 16 tot 20 patiënten verpleegd worden. Het consultatiebureau blijft druk bezocht.

Een mogelijk nieuw geneesmiddel dient zich aan in de vorm van Rubrophen. Dit middel, in samenstelling lijkend op onze huidige Ibuprofen, werkte pijnstillend en ontstekingsremmend. Op basis van succesvolle behandelingen in onder andere Hongarije besluit men om ook hiermee te starten in Julianaoord bij een enkele daartoe uitgekozen gevallen. Het is niet bekend hoeveel succes deze behandeling had bij de patiënten van Julianaoord.

In de tweede wereldoorlog blijft Julianaoord patiënten met tbc behandelen. De Duitsers zijn als de dood voor tbc en blijven dan ook ver van de sanatoria vandaan. Om deze reden nemen soms mensen, die tijdelijk moeten onderduiken, hun toevlucht tot het sanatorium. Ze gaan dan liggen in de onbezette bedden en doen zich voor als tbc-patiënt. De angst van de Duitsers voor besmetting was niet ongegrond, want in 1945 wordt bij twee leerling-verpleegsters en 1 lid van de keukenbrigade een lichte vorm van tbc ontdekt.

De naam ‘Julianaoord’ mag tijdens de oorlog niet gebruikt (mogelijk is het bord zelfs verwijderd) worden vanwege de associatie met het koningshuis. Na de oorlog wordt de naam weer in ere hersteld (het terugplaatsen van het bord?) onder het spelen van het Wilhelmus.

Ook Julianaoord kampt met een schaarste aan voedsel en ook aan medicijnen in de oorlogsjaren. Dankzij de inzet van moedige mannen, die lange tochten maken om voedsel te halen, kunnen de patiënten nog zo’n 1800 calorieën per dag binnenkrijgen. In de hongerwinter maken dr. Bogtstra en ds. Julius uit Makkum clandestien de lange tocht met een schip volgeladen met aardappelen, vlees en andere voedingsmiddelen van Makkum naar Spakenburg. Daar wordt de lading overgeladen op paardenkarren om over binnenwegen naar het sanatorium vervoerd te worden.

De oorlog heeft geen effect op het aantal patiënten, dat verpleegd wordt in Julianaoord. Maar liefst 171 patiënten telt het sanatorium begin 1944; na september daalt dit aantal geleidelijk, om vervolgens te stijgen door de overname van 23 patiënten van het sanatorium ‘Oranje-Nassau’s Oord’ in Renkum; januari 1945 telt het sanatorium 177 patiënten.

In 1951 wordt het sanatorium opnieuw uitgebreid, dit keer met een nieuwe medische afdeling. Hierdoor hoopt men dat de wachtlijsten zullen slinken omdat men vanaf dan ook patiënten met andere tuberculeuze afwijkingen dan die aan het skelet kan opnemen. Toch daalt het aantal tbc-patiënten na de oorlog (slechts 137 in 1951), mede dankzij allerlei nieuwe behandelmethoden. Een daarvan is de toepassing van nieuwe chemotherapeutica, maar dat kan alleen in daarvoor geschikte geachte gevallen (men vreest anders resistentie) en de toepassing ervan leidt helaas niet altijd tot een verkorting van de, vaak langdurige, rustkuur. Rust en regelmaat blijft de meest voorgeschreven behandelmethode, maar de verpleging steeds vaker thuis of in een regulier ziekenhuis plaatsvindt en niet meer in een sanatorium.

Julianaoord breidt haar zorgaanbod steeds meer uit en in een advertentie in de Laarder Bel uit 1966 wordt het sanatorium voorgesteld als een ‘Orthopedische en Neurologische kliniek’.

In 1993 vervult Julianaoord een andere functie, namelijk een in de geestelijke gezondheidszorg. In Julianaoord kunnen al 10 jaar patiënten met Korsakov, een aandoening van de hersenen ten gevolge van overmatig en langdurig alcoholgebruik.

Tegenwoordig hebben de paviljoens van Julianaoord een variëteit aan functies, Florencius, een particuliere basisschool, GGZ Centraal (Juliana-Oord is ook een centrum voor psychiatrie & verslaving én neuropsychiatrie) en het Lindehuis, een psychologenpraktijk.

 

Fotogalerij Julianaoord

 

Bron:

  • KB 2005-4, pag. 6-7.
  • NTvG, 79.I.9, 2 maart 1935, pag. 936.
  • idem, 80.I.11, 14 maart 1936, pag. 1154.
  • idem, 81.II.22, 29 mei 1937, pag. 2543.
  • idem, 83.III.27, 8 juli 1939, pag. 3535.
  • idem, 91.II.22, 31 mei 1947, pag. 1428.
  • idem, 97.I.1, 3 januari 1953, pag. 54.
  • idem, 106.I.21, 26 mei 1962, pag. 1106.
  • verhalen van Laarders aan de tafel in de Lindenhoeve.
  • http://bel.courant.nu/
  • Archief Historische Kring Laren, o.a. foto’s